Dachau (eerste) oude kremaOp de huidige KZ-Gedenkstätte zijn na de oorlog verscheidene religieuze gedenkplaatsen verrezen: de Joodse gedenkplaats, de kapel van de doodsangst, het Carmelklooster ‘heilig bloed’, de Evangelische verzoeningskerk en de Russisch-orthodoxe gedenkkapel. Deze laatste bevindt zich buiten het gevangenenkamp van destijds, op het voormalige terrein van de kamp-SS. Dit is ook waar het gebouw met de crematoria en de gaskamers staat. Dachau was weliswaar een werkkamp, geen vernietigingskamp, maar de SS’ers bouwden er diverse crematoria. In 1942 bleek de capaciteit van het crematorium dat er stond (zie foto 1: ‘oude’ crematorium) niet meer toereikend voor het grote aantal doden. Daarom werd er een nieuw crematorium gebouwd met vier ovens voor het verbranden van de lichamen van de doden. De gaskamers in het gebouw waren in wezen bedoeld voor het ontsmetten van kleding (zie foto 2: desinfectieruimte). Zeer omstreden en discutabel is of één van de vijf gaskamers bestemd was voor van mensen. Na de oorlog is hier heel veel over gediscussieerd en gespeculeerd. Ondanks vele tekenen die in de richting wijzen dat deze Barak X inderdaad bestemd was voor het vergassen van mensen, maar er is geen doorslaggevend bewijs gevonden dat deze ook daadwerkelijk voor dit doel is gebruikt.

Dachau Desinfectieruimte

 

Wat wisten de bewoners van Dachau over het kamp?

De bewakingsinstallaties rondom het gevangenenkamp hadden niet alleen de functie om de gevangenen binnen te houden, ook waren ze bedoeld als afschrikwekkende werking voor de mensen buiten het kamp. Daarbij rijst de vraag: wat wisten de bewoners van Dachau over het kamp en over wat zich hier afspeelde? Direct nadat de Amerikanen de mensen in het kamp hadden bevrijd in 1945 hielden ze een enquête onder de lokale bevolking. Dat werd gedaan door de Psychological Warfare Branch. De uitkomst van het onderzoek was dat de bewoners in Dachau in drie groepen kon worden opgedeeld: “de ergste waren de SS’ers die gevlucht waren of gevangen genomen. De tweede groep verkondigde weliswaar luid zich bedrogen te voelen maar hadden wel op enige wijze geprofiteerd van het kamp. En de derde, slecht héél kleine groep was niet te laf om iets te doen. Zij zagen het kamp als een grote schandvlek. Daaruit kan de conclusie getrokken worden dat een vergelijkbaar resultaat van dit onderzoek in elk vergelijkbaar Duits stadje gevonden had kunnen worden.”